Elke regionale opgave levert waardevolle inzichten op. Op deze pagina delen we praktijkverhalen, ervaringen, lessen en inspirerende voorbeelden uit Noord-Holland. Zo laten we zien hoe samenwerking bijdraagt aan betere zorg, welzijn en gezondheid voor inwoners.


Goede geboortezorg vraagt om betrouwbare informatie op het juiste moment. Verloskundigen, gynaecologen, kraamzorgorganisaties en andere betrokken zorgverleners werken rondom zwangerschap en geboorte nauw met elkaar samen. Daarbij is het belangrijk dat zij kunnen beschikken over actuele en complete gegevens van moeder en kind.
In de praktijk was dat lange tijd niet vanzelfsprekend. Gegevens werden vaak telefonisch, per e-mail of via afzonderlijke systemen gedeeld. Dat kost tijd, vraagt extra afstemming en kan de samenwerking tussen professionals ingewikkelder maken. Voor ouders is juist goede samenhang in de zorg belangrijk, zeker in een periode waarin veel op hen afkomt.
De opgave was daarom breder dan alleen digitalisering. De regio wilde geboortezorg beter verbinden, zodat professionals makkelijker kunnen samenwerken en ouders kunnen rekenen op goed afgestemde zorg. Dat vraagt om gezamenlijke afspraken, vertrouwen tussen organisaties en een digitale infrastructuur die in de praktijk werkt.
Binnen het landelijke programma Babyconnect werkte Noord-Holland Noord aan veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. ZONH vervulde hierin een coördinerende en verbindende rol. Als projectleider en penvoerder hielp ZONH om regionale partijen, landelijke partners en betrokken organisaties bij elkaar te brengen.
Die rol was nodig omdat digitale gegevensuitwisseling niet door één organisatie alleen kan worden geregeld. Verschillende zorgverleners gebruiken verschillende systemen en hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheden. ZONH bracht overzicht, begeleidde het proces en hielp om landelijke ontwikkelingen te vertalen naar wat in de regio nodig en haalbaar was.
Vanaf 2019 werkte de regio als koploper binnen het landelijke programma VIPP Babyconnect aan digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Daarbij werkten geboortezorgorganisaties, Zorgring, landelijke samenwerkingspartners en beheerorganisaties samen aan één doel: medische gegevens veilig en digitaal beschikbaar maken voor betrokken zorgverleners.
De technische kant was belangrijk, maar niet het vertrekpunt. Centraal stond de vraag hoe digitale uitwisseling professionals in hun dagelijkse werk kan ondersteunen.
Het traject vroeg om een lange adem. Niet alleen systemen moesten op elkaar aansluiten, ook organisaties moesten afspraken maken over gebruik, beheer en samenwerking. Juist daarin zat de kracht van de regionale aanpak: stap voor stap bouwen aan vertrouwen, duidelijkheid en gezamenlijk eigenaarschap.
“De kracht van Babyconnect zit in de verbinding. Door kennis, ambitie en inzet te bundelen, hebben we samen gebouwd aan een digitale geboortezorgketen die professionals ondersteunt en ouders beter helpt.” - Adviseur ZONH
De regio heeft een belangrijke stap gezet richting veilige en efficiënte digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. De technische koppelingen zijn afgerond en de eerste testen met de geboortezorgviewer zijn succesvol verlopen. Daarmee is de basis gelegd voor beter verbonden geboortezorg in Noord-Holland Noord.
Dit traject laat zien dat digitale vernieuwing pas echt waarde krijgt als organisaties samen optrekken. Een technische oplossing is belangrijk, maar niet voldoende. Er zijn ook gezamenlijke afspraken, procesbegeleiding en vertrouwen nodig.
Een onafhankelijke regionale verbinder als ZONH kan verschil maken. Door overzicht te bieden, partijen bij elkaar te brengen en de vertaling te maken van landelijke ambities naar regionale praktijk, ontstaat beweging die organisaties afzonderlijk moeilijker kunnen realiseren.
Met de afronding van het landelijke programma ligt de nadruk nu op regionaal gebruik, beheer en doorontwikkeling. RSO Zorgring neemt hierin een belangrijke rol, terwijl de regio blijft werken aan het daadwerkelijk gebruiken van Babyconnect en het monitoren van ervaringen.
ZONH blijft betrokken waar samenwerking, afstemming en regionale ontwikkeling nodig zijn. Zo bouwen partners verder aan digitale geboortezorg die professionals ondersteunt en ouders helpt met zorg die beter op elkaar is afgestemd.

Na jaren van intensieve samenwerking staat regio Noord-Holland Noord aan de vooravond van een belangrijke stap vooruit in de digitale geboortezorg. Met de afronding van het landelijke programma Babyconnect wordt het mogelijk voor geboortezorg organisaties om medische gegevens veilig en digitaal met elkaar te delen. Een ontwikkeling die niet alleen professionals ontlast, maar vooral toekomstige ouders helpt met betere, actuele en complete informatie op het juiste moment. Bij ZONH zijn we trots op onze verbindende rol in dit traject: als coördinerend projectleider en penvoerder hebben we zes jaar lang gebouwd aan een toekomstbestendige geboortezorgketen in de regio.
Geboortezorgprofessionals wisselen dagelijks informatie uit, nu vaak nog telefonisch of per e-mail. Met de geboortezorgviewer is relevante medische informatie altijd beschikbaar voor alle betrokken zorgverleners. Dit betekent voor onze regio:
Deze regio startte in 2019 als koploper binnen het landelijke programma VIPP Babyconnect. Met veel energie, overtuiging en inzet van regionale partners is gewerkt aan een gedeelde ambitie: veilige en efficiënte digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. De afgelopen maanden is er enorme vooruitgang geboekt: de technische koppelingen tussen systemen van geboortezorgprofessionals en de geboortezorgviewer zijn afgerond en de eerste testen met de geboortezorgviewer zijn succesvol verlopen. Zo zetten we een stevige eerste stap richting een moderne geboortezorgketen.
Het programma is tot stand gekomen dankzij een brede samenwerking tussen ZONH en Zorgring, geboortezorg organisaties in de regio en landelijke samenwerkings- en beheerorganisaties. Nu het landelijke programma wordt afgerond, verschuift de focus naar de regio. Babyconnect wordt per januari 2026 formeel overgedragen aan regionale beheerorganisatie RSO Zorgring. Regionaal blijft er ingezet worden op het in gebruik nemen van de geboortezorgviewer, het doorontwikkelen van de digitale geboortezorg en uiteraard het monitoren van het gebruik en de ervaringen. Uiteindelijk is digitaliseren geen eindpunt, maar een pad naar verdere groei.
De kracht van het programma Babyconnect zit in de verbinding. Zes jaar lang hebben we samen met geboortezorgprofessionals, organisaties en landelijke partners gebouwd aan een digitale geboortezorgketen die professionals ontlast en (toekomstige) ouders beter ondersteunt. Deze mijlpaal laat zien wat we kunnen bereiken wanneer we kennis, ambitie en inzet bundelen; een resultaat waar we als regio trots op mogen zijn. – ZONH
ZONH zet zich in voor goede zorg op de juiste plek, voor inwoners en zorgprofessionals in Noord-Holland. Het programma Babyconnect laat zien hoe waardevol regionale verbinding en samenwerking is om echte verandering te realiseren. We zijn dankbaar voor de inzet van alle betrokkenen en kijken uit naar het vervolg: een regio waarin digitale geboortezorg de norm wordt en professionals optimaal kunnen samenwerken voor de beste zorg aan (aanstaande) ouders.

Onze adviseur Jente Bosma werkte het afgelopen jaar in opdracht van Stichting PaTz aan een adviesrapport over de toegevoegde waarde van een PaTz- trekkersgroep. Door zorgverleners uit verschillende disciplines beter met elkaar te verbinden, kan de kwaliteit van palliatieve thuiszorg verder verbeteren.
Op basis van interviews met betrokken professionals beschrijft het rapport bestaande samenwerkingen, succesfactoren en knelpunten. Ook laat het zien hoe regionale trekkersgroepen kunnen bijdragen aan vroegtijdige signalering, betere afstemming en duurzame samenwerking tussen netwerkcoördinatoren, ROS-adviseurs, RHO’s en PaTz-ambassadeurs.

Zorg- en welzijnsorganisaties onderzoeken volop wat AI voor hun werk kan betekenen. In de praktijk zien we dat medewerkers experimenteren met toepassingen voor het uitwerken van gespreksverslagen, het schrijven van conceptteksten of het sneller vinden van informatie. Tegelijkertijd spelen in veel organisaties dezelfde vragen: waar biedt AI daadwerkelijk meerwaarde, hoe gebruik je het veilig en verantwoord en welke kennis hebben medewerkers daarvoor nodig?
Om beter inzicht te krijgen in deze vragen ging ZONH in gesprek met verschillende zorg- en welzijnsorganisaties in de regio. De gesprekken laten zien dat organisaties zich in uiteenlopende ontwikkelfasen bevinden, maar ook dat ze voor vergelijkbare uitdagingen staan. Een van de belangrijkste conclusies: niet de technologie vormt de grootste uitdaging, maar het ontwikkelen van voldoende kennis, vertrouwen en randvoorwaarden om AI verantwoord in te zetten.
De verkenning laat zien dat er niet één logisch startpunt is voor het werken met AI. Sommige organisaties experimenteren al actief met toepassingen of hebben beleid ontwikkeld. Andere organisaties onderzoeken nog welke mogelijkheden AI biedt en welke voorwaarden nodig zijn om ermee aan de slag te gaan.
Juist die verschillen maken het waardevol om ervaringen uit te wisselen. Wat voor de ene organisatie een eerste stap is, kan voor een andere organisatie al dagelijkse praktijk zijn.
Vrijwel alle organisaties noemen kennisontwikkeling als belangrijke voorwaarde voor succesvolle inzet van AI. Daarbij gaat het niet alleen om weten hoe een AI-tool werkt. Het gaat ook om kunnen beoordelen wanneer AI wel of niet passend is, welke risico's eraan verbonden zijn en welke afspraken nodig zijn voor verantwoord gebruik.
AI raakt bovendien niet alleen de ICT-afdeling. Bestuurders, managers, beleidsmakers en professionals krijgen allemaal te maken met toepassingen die invloed hebben op hun werk. Daarom vraagt AI om een brede vorm van kennis en bewustwording binnen organisaties.
Veel organisaties zien kansen voor AI, bijvoorbeeld bij administratieve taken, informatievoorziening en procesondersteuning. Tegelijkertijd ontbreekt het vaak aan tijd, capaciteit of expertise om ontwikkelingen goed te volgen en toepassingen zorgvuldig te beoordelen.
Daarnaast spelen vragen over privacy, ethiek, governance en informatiebeveiliging een belangrijke rol. Organisaties willen niet alleen innoveren, maar ook zeker weten dat zij AI op een veilige en verantwoorde manier inzetten.
Een voorbeeld dat regelmatig terugkomt is het gebruik van AI voor verslaglegging van overleggen of cliëntgesprekken. Organisaties zien dat dit administratieve lasten kan verminderen, maar vragen zich tegelijkertijd af welke gegevens mogen worden verwerkt, hoe toestemming wordt geregeld en wie verantwoordelijk blijft voor de inhoud van een verslag. De techniek is beschikbaar, maar de organisatorische en juridische randvoorwaarden vragen vaak nog om verdere uitwerking.
"De grootste uitdaging is niet de technologie zelf, maar het creëren van voldoende kennis, ruimte en vertrouwen om AI verantwoord in de praktijk toe te passen."
Deze conclusie komt voort uit de regionale verkenning die ZONH uitvoerde onder zorg- en welzijnsorganisaties. Veel organisaties hebben vergelijkbare vragen en behoefte aan praktische voorbeelden, kennisdeling en onderlinge uitwisseling.
De verkenning laat zien dat veel organisaties niet beginnen met een groot innovatieprogramma, maar met kleine, praktische stappen. Denk bijvoorbeeld aan het in kaart brengen welke AI-toepassingen medewerkers nu al gebruiken, het organiseren van een kennissessie of het opstellen van eenvoudige afspraken over veilig gebruik.
Vragen die hierbij kunnen helpen zijn:
• Waar gebruiken medewerkers AI nu al voor?
• Welke toepassingen leveren daadwerkelijk tijdwinst of kwaliteitsverbetering op?
• Welke afspraken zijn er over privacy, gegevensgebruik en controle van AI-output?
• Welke kennis hebben medewerkers nodig om AI verantwoord toe te passen?
• Van welke ervaringen van andere organisaties kunnen we leren?
Zo wordt AI niet alleen een technologische ontwikkeling, maar vooral een organisatievraagstuk waar medewerkers, management en bestuur gezamenlijk invulling aan geven.
De behoefte aan kennisuitwisseling en samenwerking is groot. Veel organisaties zoeken naar antwoorden op vergelijkbare vragen. Als regionale netwerkorganisatie brengt ZONH zorg- en welzijnspartners met elkaar in contact, verzamelt praktijkervaringen en maakt kansen en knelpunten zichtbaar. Door kennis en ervaringen te delen hoeven organisaties niet allemaal afzonderlijk hetzelfde uit te zoeken en kunnen zij sneller van elkaar leren.
Herken je de vragen uit dit artikel of wil je ervaringen delen met andere organisaties? Neem dan contact op met ZONH. Samen kunnen we verkennen welke kansen AI biedt en hoe organisaties deze ontwikkelingen op een verantwoorde manier kunnen benutten.

Hoe kunnen we elkaar versterken voor de beste zorg aan inwoners? In Locael Centraal in Haarlem kwam dinsdagavond 28 oktober een enthousiaste groep paramedici uit Midden- en Zuid-Kennemerland samen om met deze vraag aan de slag te gaan. Waarom? Onder andere vergrijzing, stijgende kosten en personeelstekorten vragen om nieuwe vormen van samenwerking. Ook landelijk wordt steeds vaker naar de regio als één geheel gekeken en dan is spreken met één stem wel zo prettig. Daarom willen paramedici in Midden- en Zuid-Kennemerland hun krachten bundelen in één regionale paramedische organisatie. Samen versterken zij zo hun beroepsgroepen én de samenwerking tussen paramedici. ZONH begeleidt hen in deze beweging richting toekomstbestendige, samenhangende zorg.
Ineke Schavemaker, voorzitter Paramedisch Platform Zuid Kennemerland: ‘Dit raakt ons allemaal. Elke praktijk en elke professional. De zorgvraag stijgt, terwijl we het met minder mensen moeten doen. Juist daarom moeten we slimmer samenwerken in plaats van dubbel werk te doen. Hoe beter we elkaar kennen en open praten over ideeën en knelpunten, hoe sneller we samen passende oplossingen vinden
De avond stond in het teken van ontmoeten en interdisciplinair samenwerken. Gastspreker Loes Pijlman, oefenregisseur en trainer in crisismanagement, gaf een inspirerende inkijk in hoe samenwerking bij incidenten werkt. Ze liet zien hoe cruciaal duidelijke afspraken zijn over rollen, gezamenlijk beeld en coördinatie. ’Samenwerken is onder andere rolvast bijdragen aan een gezamenlijk doel. Zonder dat heb je geen samenwerking, maar goede bedoelingen die elkaar in de weg zitten’, aldus Loes.
Samen met de aanwezigen trok zij de parallel naar de eerste lijn, waar net als bij incidenten veel partijen rondom één patiënt werken. Enkele gedeelde inzichten die kwamen vanuit de groep: stap van je eilandje af, zorg voor één gezamenlijk doel, duidelijke rollen, korte lijnen en goede communicatie. Tot slot gaf Loes de boodschap mee: ‘Leren van samenwerking in crisissituaties betekent nu investeren in afspraken, communicatie en vertrouwen’.
Daarnaast ontdekten paramedici elkaars meerwaarde en verkenden ze nieuwe kansen voor effectieve samenwerking. Vanuit de gedachte ‘Van versnippering naar verbinding’ gingen deelnemers op zoek naar antwoorden op de vraag: hoe organiseer je duurzame samenwerking in de regio? De gesprekken gingen over vertrouwen, heldere rollen, goede afstemming en ook over praktische thema’s zoals de bekostiging van MDO’s en indirecte tijd. Er werd gesproken over overlap tussen bestaande netwerken en hoe dit slimmer kan worden ingericht. Tegelijkertijd klonk een duidelijke behoefte aan laagdrempelig contact, meer verbinding tussen disciplines en erkenning van paramedische expertise van buitenaf.
Tot slot werd de deelnemers gevraagd hoe waardevol zij de avond vonden. Hun oordeel was positief: gemiddeld gaven zij een 8,6. Wel klonk de wens om een concretiseringsslag. Dan is het makkelijker te vertalen naar de praktijk. Een deelnemer vatte de sfeer mooi samen: “Er zit zoveel positieve energie in deze groep. Wat goed om dat vanavond te ervaren. Laten we die kracht vasthouden en benutten!”
Deze avond werd georganiseerd door Paramedisch Platform Zuid-Kennemerland (PP-ZK) en Paramedische Coöperatie Midden-Kennemerland (PC-MK). De verzamelde inzichten en informatie bieden een stevige basis om samen verder te bouwen aan een toekomstige paramedische organisatie voor Kennemerland. Meer weten of aansluiten? Neem dan contact op met Lisenka Vink.

Op 16 september vierden we ons 20-jarig jubileum met een symposium in Cool kunst en cultuur. Een middag vol mooie ontmoetingen, goede gesprekken en inspirerende sprekers. We genieten nog even na. En bij zo’n mooie middag mag een aftermovie natuurlijk niet ontbreken!
Na 20 jaar kijken we natuurlijk niet alleen terug, maar ook vooral vooruit. Met een brede blik op gezondheid werken we aan vraagstukken die om samenwerking vragen. Alleen door anders te kijken, anders te denken en samen stappen te zetten, maken we samen de zorg in Noord-Holland toekomstbestendig en toegankelijk.Dank aan iedereen die er was om met ons het jubileum te vieren! Op naar de volgende 20 jaar!

ZONH bestaat 20 jaar en dat lieten we niet ongemerkt voorbijgaan. Op dinsdag 16 september verwelkomden we zorg- en welzijnsprofessionals uit de regio in theater Cool Kunst en Cultuur om deze mijlpaal samen te vieren. De middag stond in het teken van ontmoeting, verbinding en samenwerking. Want alleen samen ontstaan oplossingen die echt impact maken.
“Het is eigenlijk nog nooit zo gaaf geweest in de zorg.” Met die woorden opende Marcel Levi zijn lezing. Volgens hem hebben patiënten nu veel meer te bieden dan tien jaar geleden: betere behandelingen, hogere overlevingskansen en een langer leven in goede gezondheid. ‘Onze problemen zijn eigenlijk het gevolg van ons eigen succes’, stelde hij. Marcel Levi benadrukte dat successen vaker gevierd en gedeeld mogen worden én dat samenwerking de sleutel is. Door verspilling terug te dringen, preventie slimmer in te zetten en integraler te werken, kan de zorg mensgerichter worden. Zijn boodschap was helder: verandering kan, maar alleen als we het samen doen.
De woorden van Marcel Levi sluiten mooi aan bij waar het voor ZONH 20 jaar geleden mee begon. Oprichter Joost Korver vertelde hoe en waarom de ROS twintig jaar geleden werd opgericht: huisartsen hadden behoefte aan ondersteuning die los stond van belangenbehartiging. Hij legt uit dat verandering begint bij kansen zien en de moed hebben om het anders te doen. Vandaag de dag is die mentaliteit nog steeds zichtbaar. Of het nu gaat om samenwerking in de eerste lijn of innovatieve regionale projecten: de kracht van de ROS blijft dat we het samen doen.
Joost Korver, medeoprichter ZONH: ”Als de gedrevenheid er is en kansen en mogelijkheden gezien worden, dan is er veel mogelijk in de zorg
Directeur-bestuurder Peter Vlaandere nam de aanwezigen mee in de rol van ZONH in de regio. Hij vertelde hoe de organisatie al twintig jaar professionals, organisaties en inwoners bij elkaar brengt om samen Zorg & Welzijn te verbeteren. Hij benoemde actuele uitdagingen, zoals dubbele vergrijzing en personeelstekorten, en ook kansen: van integrale projecten in de eerste lijn tot samenwerking tussen zorg en sociaal domein die echt het verschil maakt voor inwoners. Hij benadrukte dat het gaat om vraagstukken die ons allemaal raken en dat precies daar een rol voor ZONH ligt. ZONH brengt partijen bij elkaar en zorgt dat er helderheid komt. Dat er inspiratie ontstaat en vraagstukken in beweging komen en gaan leven. Zijn slotboodschap: ‘De toekomst van zorg en welzijn maken we niet alleen. We maken het samen, door te verbinden, samen te werken, te vernieuwen en gewoon te doen’.
Als laatste sprekers namen huisarts Vladan Ilić en Henriette Julien het publiek mee in hun zoektocht naar een nieuwe vorm van huisartsenzorg. Assistenten en praktijkondersteuners zijn in Amsterdam nauwelijks meer te vinden en de vierkante meter prijs is hoog. Vladan Ilić vroeg zich af, hoe kan het anders? Zijn antwoord: terug naar de essentie van het vak, slim verbonden met techniek. Geen groot zorgcentrum of volle wachtkamer, maar een kleine praktijk aan huis, waar deurbel en website de receptie vervangen en het eerste contact via een korte chat met de dokter verloopt. AI ondersteunt de intake, zodat de dokter meer tijd heeft voor echte zorg. Zo verandert niet alleen de praktijk, maar ook de manier waarop mensen naar de huisarts gaan. En ja, dat was even wennen, maar is gelukt. Er is een minimale efficiënte praktijk ontstaan die verrassend genoeg meer vertrouwen en nabijheid biedt. “Een inspirerend en prikkelend verhaal dat aanzet tot anders denken en anders kijken”, aldus een van de aanwezigen.
De dag werd muzikaal samengevat door Maud Wilms, die goed de kern wist te vatten in een lied. We hebben het jubileum feestelijk afgesloten met een borrel waar er de gelegenheid was met elkaar na te praten en te proosten op gezamenlijk succes!

Een val lijkt soms een klein ongeluk, maar voor ouderen kan een val grote gevolgen hebben. Het kan leiden tot verlies van zelfstandigheid, een verminderde kwaliteit van leven en een groter beroep op zorg en ondersteuning. Daarnaast nemen de maatschappelijke kosten van valincidenten toe. Het voorkomen van vallen is daarom niet alleen een individuele, maar ook een maatschappelijke opgave.
Valpreventie vraagt om meer dan alleen medische zorg. Het raakt ook welzijn, bewegen, wonen en de sociale omgeving van ouderen. Juist daardoor kunnen individuele organisaties deze opgave niet alleen oplossen. Gemeenten, huisartsen, fysiotherapeuten, welzijnsorganisaties, beweegaanbieders en andere professionals hebben elkaar nodig om inwoners tijdig te signaleren en passende ondersteuning te bieden.
ZONH helpt gemeenten en betrokken organisaties zoals de GGD, zorg- en welzijnsorganisaties en seniorenvertegenwoordigers bij het organiseren van de samenwerking en het ontwikkelen van gezamenlijke werkwijzen rond valpreventie.
Als zorgprofessional kun je een verhoogd valrisico signaleren, maar daarmee ben je er nog niet. Waar verwijs je iemand vervolgens naartoe? Wie pakt de begeleiding op? En hoe zorg je ervoor dat een inwoner niet uit beeld raakt?
Juist daar ontstaat de meerwaarde van een ketenaanpak. Door duidelijke afspraken te maken over signalering, verwijzing en begeleiding weten professionals beter wat hun rol is en hoe zij elkaar kunnen vinden. Daardoor krijgen ouderen sneller de ondersteuning die bij hun situatie past.
Samenwerken klinkt logisch, maar in de praktijk vraagt het om organisatie, afstemming en gezamenlijke keuzes. Gemeenten, zorgprofessionals en welzijnsorganisaties hebben vaak dezelfde ambitie, maar werken vanuit verschillende verantwoordelijkheden en perspectieven. ZONH brengt gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties, de GGD en andere betrokken partijen bij elkaar. We maken verschillende belangen bespreekbaar, helpen partners om gezamenlijke afspraken te maken en vertalen landelijke kaders naar een regionale aanpak die daadwerkelijk uitvoerbaar is.
Tieneke Koopman, adviseur van ZONH vertelt:
"De uitdaging zit meestal niet in de wil om samen te werken. Die is er vaak al. De uitdaging zit in het maken van concrete afspraken. Wie signaleert? Wie verwijst door? Wie houdt contact? Juist door die stappen samen uit te werken ontstaat een keten die werkt voor professionals én inwoners."
Onze onafhankelijke positie helpt daarbij. Omdat we niet het belang van één organisatie vertegenwoordigen, kunnen we het gezamenlijke doel centraal houden: voorkomen dat ouderen vallen en zorgen dat zij tijdig passende ondersteuning krijgen.
De ketenaanpak begint bij vroegsignalering. Zorg- en welzijnsprofessionals herkennen ouderen met een mogelijk verhoogd valrisico en bepalen samen welke ondersteuning nodig is.
Afhankelijk van het risico volgt een passende route:
Een belangrijke schakel in de aanpak is de beweegmakelaar. Deze verbindt zorg, welzijn en sport- en beweegaanbod in de wijk. Daardoor stopt de ondersteuning niet na een interventie, maar blijven ouderen gestimuleerd om actief te blijven.
Fysiotherapeut Jos Neefjes vat het treffend samen:
"Zonder keten kun je niet met valpreventie aan de slag. Je hebt elkaar nodig en dat moet je multidisciplinair aanpakken."
Door de regionale en lokale afspraken weten professionals elkaar sneller te vinden en verlopen verwijzingen soepeler. De rollen zijn duidelijker en de samenwerking tussen zorg en welzijn is versterkt.
Voor ouderen betekent dit een samenhangender aanbod. In plaats van losse initiatieven ontstaat een keten waarin signalering, preventie, zorg en bewegen op elkaar aansluiten. Daardoor groeit de kans dat valrisico's tijdig worden herkend en dat ondersteuning start voordat een ernstig valincident plaatsvindt.
Een concreet resultaat van deze samenwerking is de handreiking valpreventie in Zaanstreek-Waterland. Onder begeleiding van ZONH en de GGD Zaanstreek-Waterland werkten huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, apothekers, ergotherapeuten, welzijnsorganisaties, gemeenten en seniorenvertegenwoordigers samen aan een praktische gids vol tools en inspiratie om valpreventie stevig in de zorg- en welzijnsketen te verankeren.
Dit laat goed zien waar ZONH van meerwaarde is: verschillende partijen verbinden rondom een gezamenlijke opgave en die samenwerking vertalen naar concrete hulpmiddelen waar professionals direct mee aan de slag kunnen.
Merk je dat goede valpreventie vraagt om betere samenwerking tussen zorg, welzijn, sport en gemeenten? Of wil je lokale afspraken maken over signalering, verwijzing en begeleiding? ZONH helpt organisaties om een werkende keten op te bouwen, partijen bij elkaar te brengen en samen concrete stappen te zetten. Zo zorgen we ervoor dat ouderen langer zelfstandig, gezond en veilig thuis kunnen blijven wonen.
Wil je eens van gedachten wisselen? Neem contact met ons op via 072 54 14 600 of mail naar info@zonh.nl.
We denken graag met je mee.
