In de media

Behandelwensengesprek geeft patiënt regie en artsen houvast

Datum: 11 september 2018 – In een behandelwensengesprek bespreken kwetsbare ouderen met hun huisarts hun levensverwachting, kwaliteit van leven en welke behandelingen ze wel en niet willen ondergaan in de nabije toekomst. Dit initiatief is voortgekomen uit Dappere Dokters en verspreidt zich als een olievlek over Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Het helpt zorgverleners om te handelen in de geest van de patiënt en diens wensen. En patiënten kunnen een meer weloverwogen keuze maken.

Huisarts Jennifer Baars, werkzaam in Nieuw-Vennep, heeft veel ervaring opgedaan met dit soort gesprekken in haar eigen praktijk. “Het idee voor het project ‘behandelwensengesprek’ is ontstaan tijdens de brainstormsessies van Dappere Dokters eind 2015. In een werkgroep hebben we samen met huisartsen, specialisten en een specialist ouderengeneeskunde een methodiek ontwikkeld en gekeken hoe we deze gesprekken praktisch konden uitvoeren. Samen met Inez Boekhout, huisarts uit Haarlem, leid ik nu samen inhoudelijk dit project met organisatorische ondersteuning vanuit de regionale ondersteuningsstructuren ZONH, Reos, Stichting Meerkracht en de huisartsencoöperatie Zuid-Kennemerland.

Laagdrempelige gesprekken
Voor huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere zorgverleners is het een herkenbaar beeld: een kwetsbare oudere die ineens in een crisissituatie terechtkomt en op de intensive care belandt, of een intensieve behandeling ondergaat. In een aantal gevallen is de oudere daarna slechter af: (nog) meer afhankelijk geworden van zorg en met verlies van autonomie. Baars: “Vaak ook door een behandeling die ze liever niet hadden gehad. We kennen allemaal patiënten van wie we weten: het zal me niet verbazen als dat met deze patiënt ook gaat gebeuren.“ Hier wilde Baars verandering in brengen. “Ik ben dokter geworden om kwaliteit van leven te verbeteren. Niet om het lijden te verergeren of verlengen. Dit laatste kan het gevolg zijn van een ingrijpende medische behandeling of een reanimatie bij vooral de groep kwetsbare ouderen.”

Baars hield voorheen in de eigen praktijk al gesprekken over wensen ten aanzien van reanimatie en de laatste levensfase. “Om het praten over wensen ten aanzien van medische behandelingen meer gangbaar te maken, is vanuit Dappere Dokters gekozen om geen levenseindegesprekken, maar levensverwachtingsgesprekken te voeren. We praten over hoe iemand in het leven staat en wat voor iemand belangrijk is. En het is laagdrempeliger. Sommige mensen schrikken van de term levenseindegesprek. We hebben de term dit jaar gewijzigd in behandelwensgesprekken in onderlinge afstemming met een soortgelijk project, het Advanced Care Planning (ACP-)project van het Amsterdam UMC. Deze term dekt de inhoud van het gesprek beter en we gebruiken nu eenzelfde terminologie.”

Wensen vastgelegd
Wat houdt een behandelwensengesprek in? De huisarts bespreekt samen met de patiënt of deze bijvoorbeeld gereanimeerd wil worden, of daarvoor een verklaring is ingevuld, of ze een intensieve behandeling willen ondergaan in het ziekenhuis, of ze willen worden opgenomen in een verpleeghuis. Dat wordt vastgelegd in een formulier dat in het huisartseninformatiesysteem wordt verwerkt. Middels een digitaal behandelwensenformulier wordt de informatie ook overgedragen aan de huisartsenpost. Baars: “SEH-artsen en specialisten kunnen bij de huisartsenpost informeren of er behandelwensen bekend zijn van een patiënt die in een crisissituatie in het ziekenhuis terechtkomt. Directe digitale overdracht aan het ziekenhuis zelf is niet mogelijk. Tegen patiënten en hun naasten zeggen we daarom: laat het ook weten aan uw behandelend specialist en andere zorgverleners, zodat deze ook op de hoogte zijn.

Patiënt wordt bewust van de keuzen
Volgens Baars kunnen de meeste patiënten bepaalde situaties niet overzien en is het daarom goed patiënten te informeren en zaken op een rustig moment met elkaar te bespreken. Haar collega Inez Boekhout zegt: “Patiënten worden bewuster van de keuzen die er zijn. Zo kan de zorg zoveel mogelijk worden afgestemd op de wensen van de patiënt. Daarnaast helpt het zorgprofessionals om een lastig onderwerp bespreekbaar te maken. Dat is prettig voor naasten én voor een arts. In het geval van acute zorg is het voeren van een gesprek eenvoudiger en gerichter als de wensen van de patiënt al bekend zijn. Zo kunnen we onnodig handelen en eventueel crisismanagement voorkomen.”

“Welke behandelingen wil ik niet en welke wel? Het moet gangbaar zijn om daarover na te denken en dit te bespreken met je dierbaren en zorgverlener”

Handelen in de geest van patiënten en diens wensen
Baars benadrukt dat een behandelwensengesprek waardevolle informatie oplevert die de behandelend arts en andere zorgverleners, zoals wijkverpleegkundigen, houvast geven bij het nemen van besluiten over een behandeling. “Het is geen hard contract, maar het kan je helpen om te handelen in de geest van de patiënt en diens wensen.” Ze merkt dat het gesprek rust kan geven bij de naasten. “Patiënten hebben samen met hun dierbaren nagedacht over bepaalde zaken en kunnen daardoor weloverwogen keuzen maken. Ook hoeven ze niet ineens bij een crisis een moeilijke beslissing te nemen. Dat is winst.”

Ze voegt er desgevraagd aan toe dat de regie na het gesprek bij de patiënt ligt. “Het is niet haalbaar voor huisartsen om deze patiënten elk jaar op te roepen. We houden het praktisch. Ik vraag patiënten om ons te laten weten als er iets gewijzigd is in hun situatie of als ze van mening veranderd zijn. Omdat we het gesprek duidelijk zichtbaar en blijvend zichtbaar invoeren in het patiëntendossier, kunnen we tijdens een consult of visite desgewenst informeren of de eerder aangegeven wensen nog gelden bij de patiënt. Daarbij kun je als huisarts zelf instellen tot wanneer het behandelwensenformulier geldt voor overdracht naar de huisartsenpost. Voorafgaand krijg je dan een melding via de huisartsenpost, wat je kunt gebruiken als reminder of update. Ikzelf doe dat bijvoorbeeld twee jaar na het gesprek, of eerder in bepaalde situaties.”

Gesprek aanbieden
Baars brengt het behandelwensengesprek pro-actief in principe bij, met name kwetsbare, 75-plussers ter sprake. “Ik merk dat het prettig is als je de patiënt en diens achtergrond al kent. Je kunt beter inschatten wanneer en hoe je het gesprek kunt aanbieden. Dat is belangrijk, je houdt rekening met degene die tegenover je zit. Als iemand open staat voor een behandelwensengesprek geven we een folder met uitleg mee. We zetten de patiënt daarmee zelf aan het werk. Tijdens het gesprek komen ze met vragen. Over het algemeen zijn mensen heel positief over een dergelijk gesprek. Ik heb in al die jaren maar drie keer meegemaakt dat een patiënt dit gesprek niet wilde.” In het project wordt verder nagedacht hoe ze het behandelwensengesprek bij patiënten met een niet-westerse achtergrond ter sprake kunnen brengen. 

Methodiek ontwikkeld
In 2016 heeft de projectorganisatie een methodiek voor het behandelwensengesprek ontwikkeld. Ook vonden trainingen voor betrokken huisartsen en specialisten uit het Spaarne Gasthuis plaats. Daarna is geëxperimenteerd met de eerste gesprekken. Op basis van de evaluatie en afstemming met het Advanced Care Planning-project van het Amsterdam UMC is de methode doorontwikkeld en zijn randvoorwaarden opgesteld. Inmiddels zijn alle 185 huisartsen in de regio’s Kennemerland en Haarlemmermeer geïnformeerd.
Het streven is dat dit jaar ongeveer 30% van de huisartsen meedoet. Zij voeren dit jaar minimaal vijf gesprekken en leggen deze vast. Het einddoel is dat in 2019 minimaal 80% van de huisartsen meedoet. Hierbij worden ook alle relevante specialismen uit het ziekenhuis betrokken. Ook wijkverpleegkundigen en poh’s zijn bij dit project aangehaakt.

Op 30 oktober en 8 november 2018 geven Baars en Boekhout een vervolgscholing aan huisartsen en hun poh’s die er in hun praktijk mee aan de slag willen. Ze informeren ook de huisartsenposten, zodat die weet dat huisartsen deze gesprekken voeren met hun patiënten. “Het zou mooi zijn als bij een patiënt die op de Eerste Hulp binnenkomt gekeken wordt of er een behandelwensenformulier is. Maar zover is het nog niet.”

Heb het er gewoon samen over
Het is bijzonder dat in dit project de twee Ros’en (Reos en ZONH) samenwerken met de huisartsencoöperatie Zuid-Kennemerland, het Koepeloverleg Haarlemmermeer, het Spaarne Gasthuis en de twee zorgverzekeraars Zilveren Kruis en Zorg en Zekerheid. “Met beide verzekeraars zijn afspraken gemaakt over de financiering van het behandelwensen gesprek. Daar zijn wij als huisartsen blij mee.”
Baars vindt dat alle kwetsbare ouderen recht hebben op een behandelwensengesprek, dus ook buiten Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Ze heeft een ideaal voor ogen: “Het gangbaar zijn van het nadenken over: welke behandelingen wil ik wel en niet? En hierover te praten met je naasten en je behandelend zorgverlener. Dat zou maatschappelijk de norm moeten zijn. Heb het er gewoon samen over.”

Lees het hele artikel op ZorgenZ

Persbericht: Drie nieuwe leden Raad van Toezicht ZONH

Heerhugowaard, 29 augustus 2018 – Vanaf 23 augustus 2018 nemen drie nieuwe leden zitting in de Raad van Toezicht van zorgadvies- en implementatiebureau Zorgoptimalisatie Noord-Holland (ZONH). Zij nemen de positie in van de leden, die wegens het beëindigen van hun zittingstermijn afscheid nemen.

Nieuwe formatie
De nieuwe formatie bestaat uit:

• Mevrouw Anneke Asberg, lid Raad van Bestuur Marente

• Mevrouw Mariska Tichem, MBA, voorzitter Raad van Bestuur MC Slotervaart

• Mijnheer dr. Kees Jan Schouten, RA, vennoot bij Londen & Van Holland registeraccountants en belastingadviseurs.

De zittingstermijnen van dr. Gerard N. de Ruijter, algemeen directeur van Salux Healthcare en SCAL Medische Diagnostiek, en Femke J.E. Bakker-Teerling, RA, Manager Control bij Turien & Co zijn verlopen. In de rol van voorzitter blijft Wouter A. Keijser, MD, voorlopig nog aan om een soepele overgang naar de nieuwe raad te waarborgen.

Positie versterken
Directeur-bestuurder Angelique Schuitemaker over de vernieuwde Raad van Toezicht: “Ik vertrouw erop dat de zeer relevante mix van inhoudelijke kwaliteiten en ervaring die deze leden meebrengen een toezichthoudend orgaan biedt dat helpt om de positie van ZONH als hét regionale zorgadvies en implementatiebureau verder uit te breiden en te versterken. Daarnaast bedank ik de voormalige leden voor hun scherpte, inzet en advies in afgelopen jaren.”

Zie ook de publicatie op Skipr

In de media

Persbericht: Minder ziekenhuisopnames na invoering van elektronisch patiëntenoverleg binnen huisartsenpraktijken

Heerhugowaard, 30 augustus 2018 – De verschuiving van de zorg naar de eerste lijn noopt tot samenwerking tussen verschillende zorgverleners. Dat is met name van belang voor thuiswonende ouderen die multidisciplinaire zorg ontvangen. In Zaanstreek-Waterland zijn huisartsen, wijkverpleegkundigen en andere eerstelijnszorgverleners onder begeleiding van ZONH een unieke samenwerking gestart. Zij communiceren gemakkelijk en snel via een digitaal programma. Door frequent en snel overleg is in één van de deelnemende huisartsenpraktijken gemeten dat het aantal ziekenhuisopnames van kwetsbare ouderen met zo’n 48% is gedaald1. En de patiënt? Die houdt zelf de regie.

Zoekende

Door gewijzigde wet- en regelgeving in de afgelopen jaren is de financiering van de langdurende ouderenzorg flink gewijzigd en blijven mensen steeds langer zelfstandig thuis wonen. Waar ouderen voorheen terecht konden in verzorgings- en verpleeghuizen, worden verzorgingshuizen nu gesloten en nemen verpleeghuizen alleen ouderen op met een zeer hoge zorgvraag. Dit betekent dat de zorg verplaatst naar de huisarts, die samen met andere disciplines op zoek gaat om de best mogelijke zorg te verlenen. Deze samenwerking krijgt steeds beter vorm, hoewel huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten en andere eerstelijnsdisciplines vaak zoekende zijn naar een prettige werkvorm.

eGPO
In 2015 startte een aantal huisartsen in de regio Purmerend een pilot ‘Multidisciplinair Samenwerken rond Ouderenzorg’. Met name zorg voor kwetsbare ouderen vraagt om frequente afstemming tussen zorgverleners. De huisartsen in Purmerend besloten gebruik te maken van een elektronisch gestructureerd patiëntenoverleg (eGPO) om de communicatie tussen hen en zorgverleners in het veld goed te laten verlopen en elkaar snel en gemakkelijk op de hoogte te brengen van wijzigingen in de gezondheid van de patiënt. De pilot was een succes met hulp van Monique de Wit-Rijnierse van ZONH die het project begeleidde. Inmiddels zijn er 55 praktijkhoudende huisartsen in Zaanstreek-Waterland geïncludeerd en gestart met deze vorm van multidisciplinair samenwerken, bijna de helft van alle praktijkhoudende huisartsen in de regio. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis steunt en financiert dit initiatief. Omdat huisartsen eerder en beter in beeld hebben waar tijdig zorg moet worden verleend, kunnen crisissituaties worden voorkomen of beperkt. Dat is voor patiënten prettig, maar zorgt eveneens voor minder druk op ziekenhuisbedden en drukt hoge ziekenhuiskosten. Uit de eerste resultaten gemeten bij Daan & Van Ardenne huisartsen in Purmerend bleek dat er voor de start van de multidisciplinaire samenwerking in 2015 in totaal 96 75+ers werden opgenomen in het ziekenhuis, in 2016 waren dat er slechts 47.

De patiënt beslist
Liesbeth Vos, huisarts te Purmerend en één van de initiatiefnemers, legt uit dat de patiënt ook zelf invloed heeft op het zorgbehandelplan dat eerstelijnszorgverleners voor hen opstellen: “Dit systeem helpt ons om op een andere manier naar de patiënt te kijken en de patiënt bij de zorg te betrekken. Voordat we met de multidisciplinaire samenwerking aan de slag gaan, wordt er een zorgbehandelplan opgesteld. Hierin krijgt de patiënt de ruimte om aan te geven waar de behoefte ligt. Er wordt gevraagd welke problemen de oudere ervaart en welke problemen voor de patiënt prioriteit hebben. Wellicht is dagelijks probleemloos functioneren voor de oudere van minder groot belang dan bijvoorbeeld een dagje met het kleinkind naar de dierentuin gaan. Die wensen nemen we op in het zorgbehandelplan en we bekijken samen hoe we dit mogelijk kunnen maken. De patiënt, of diens mantelzorger, kan het dossier zelf ook inzien. Dat is met name een pre voor mantelzorgers van patiënten met dementie; er zijn korte lijnen met de casemanager en de specialist Ouderengeneeskunde.”

Korte lijnen
Elvira Bakker is praktijkondersteuner Somatiek bij huisartsenpraktijk Dorpsstraat en is sinds twee jaar specifiek betrokken bij de ouderenzorg in de eerste lijn in Landsmeer. Zij bezoekt ouderen vaak aan huis en merkt dat de multidisciplinaire samenwerking hier een belangrijke rol speelt. “Deze patiënten hebben vaak complexe zorg nodig. De thuiszorg, de fysiotherapeut, de huisarts en de casemanager dementie zijn bijvoorbeeld bij één patiënt betrokken. Je wilt dan korte lijnen met elkaar kunnen houden. Onlangs kreeg ik een seintje van een fysiotherapeut die bij een patiënt thuis signaleerde dat het er nogal een rommeltje was. Dat kan duiden op geheugenverlies. Ik ben direct op huisbezoek gegaan. Vervolgens kon ik, vanwege de korte lijntjes, de huisarts, de wijkverpleegkundige en alle andere betrokkenen met de gemakkelijke chatfunctie in het programma op de hoogte brengen.”

Tevreden
Denise Toth is werkzaam als wijkverpleegkundige bij Zorgcirkel in Zaandam. Zij merkt dat het in haar vakgebied van groot belang is dat ze via een online programma gemakkelijk over het zorgbehandelplan kan communiceren. “Ik was laatst bij een patiënt thuis en stuitte op een wond. Dat was op dat moment nog niet bekend bij de huisarts. Met het digitale programma en de snelle chatfunctie kon ik direct schakelen met de huisarts. Het enige dat ik op dat moment nodig had was toestemming om de wond te behandelen. Die kreeg ik direct. Ik ging die dag met een tevreden gevoel naar huis, omdat ik direct voor de patiënt heb kunnen handelen en mogelijke gevolgen heb kunnen voorkomen. Daar dragen de korte lijnen met andere zorgdisciplines zeker aan bij.”

Verouderde benaderingswijze
Liesbeth denkt dat het multidisciplinair samenwerken met digitale hulpmiddelen het geluid van de toekomst is. “We denken als huisarts vaak dat we het wel goed doen in de ouderenzorg. Toch is onze benaderwijze vaak wat verouderd. De patiënt wordt zelden gevraagd wat hij of zij zelf wil. Dat doen we nu steeds bewuster. De patiënt krijgt meer regie. Tegelijkertijd zoeken we de verbinding met elkaar en kijken we als zorgverlener hoe we elkaar kunnen versterken om de patiënt de best mogelijke zorg te bieden. Het is een kwestie van doen!”

*Dit betreft een eenmalige meting binnen de huisartsenpraktijk Daan en Van Ardennen in Purmerend. In 2015 vonden er 96 opnames van 75+ers in het WLZ plaats, in 2017 47.

Zie ook de publicaties op Skipr en Zorgvisie

Persbericht: Drie nieuwe leden Raad van Toezicht ZONH

Heerhugowaard, 29 augustus 2018 – Vanaf 23 augustus 2018 nemen drie nieuwe leden zitting in de Raad van Toezicht van zorgadvies- en implementatiebureau Zorgoptimalisatie Noord-Holland (ZONH). Zij nemen de positie in van de leden, die wegens het beëindigen van hun zittingstermijn afscheid nemen.

Nieuwe formatie
De nieuwe formatie bestaat uit:

• Mevrouw Anneke Asberg, lid Raad van Bestuur Marente

• Mevrouw Mariska Tichem, MBA, voorzitter Raad van Bestuur MC Slotervaart

• Mijnheer dr. Kees Jan Schouten, RA, vennoot bij Londen & Van Holland registeraccountants en belastingadviseurs.

De zittingstermijnen van dr. Gerard N. de Ruijter, algemeen directeur van Salux Healthcare en SCAL Medische Diagnostiek, en Femke J.E. Bakker-Teerling, RA, Manager Control bij Turien & Co zijn verlopen. In de rol van voorzitter blijft Wouter A. Keijser, MD, voorlopig nog aan om een soepele overgang naar de nieuwe raad te waarborgen.

Positie versterken
Directeur-bestuurder Angelique Schuitemaker over de vernieuwde Raad van Toezicht: “Ik vertrouw erop dat de zeer relevante mix van inhoudelijke kwaliteiten en ervaring die deze leden meebrengen een toezichthoudend orgaan biedt dat helpt om de positie van ZONH als hét regionale zorgadvies en implementatiebureau verder uit te breiden en te versterken. Daarnaast bedank ik de voormalige leden voor hun scherpte, inzet en advies in afgelopen jaren.”

Zie ook de publicatie op Skipr