Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u op de hoogte blijven van het ZONH-nieuws in uw regio? Schrijf u gratis in voor onze digitale nieuwsbrief.

Inschrijven

Studiereis primary health care in Denemarken

Soort nieuws: ZONH nieuws
Thema: Organiseren van zorg
Datum: 28-06-2016

Van 22 juni tot en met 25 juni was er een studiereis naar Denemarken in het kader van de Masterclass Eerstelijns Bestuurders van de Universiteit van Tilburg. Willeke Brinkman, programmamanager van  ZONH, was erbij en beschrijft een aantal verschillen tussen Nederland en Denemarken.  

Er zijn veel overeenkomsten met Denemarken en Nederland als het gaat om de zorgverlening. Er zijn zeker zoveel verschillen te benoemen. Zowel van de overeenkomsten als de verschillen is veel te leren. Bijvoorbeeld als het gaat om de decentralisatie van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) sinds 1 januari 2015 in Nederland. Dit proces heeft in Denemarken al eerder plaatsgevonden. 

Financiën

In Denemarken is de eerste lijn zo ingericht dat iedereen, ongeacht de eigen financiële situatie, er gebruik van kan maken. Er is een ziektekostensysteem dat bekostigd wordt via het heffen van belasting, alle inwoners van Denemarken betalen eraan mee. Dit is vergelijkbaar met ons oude ziekenfonds, maar dan voor (bijna = 99,3%) iedereen.

De huisarts

Ook daar is de huisarts de poortwachter voor de andere specialismen. Er is een kleine groep mensen (0,7%) die bijbetaalt en daar een aantal extra zaken voor krijgt. Denk aan het zelf direct naar een specialist mogen gaan. Er zijn circa 6500 huisartsen waarvan er zo’n 34% een zelfstandige praktijk hebben. De rest is georganiseerd in groepspraktijken. De huisarts studeert gemiddeld 12,5 jaar. Hiervan is 6 jaar medicijnenstudie, 2 jaar co-schappen en 4,5 jaar huisartsengeneeskunde. Een normpraktijk is 1600 ingeschreven patiënten, waarbij gezegd moet worden dat huisartsen hier ook verloskunde en jeugdzorg voor moeten  leveren. In wezen is dat zoals wij het vroeger hier ook hadden.

De huisarts of general practitioner accepteert patiënten binnen een afstand van 15 kilometer en de patiënt is toegestaan tussen twee huisartsen te kiezen. Huisartsen lijken redelijk monodisciplinair ingericht, waarbij er overigens wel verpleegkundigen, eigen labtechnici en ondersteuning in huis kan zijn.

Goed op weg met ICT

De ICT inrichting is in Denemarken zonder meer goed te noemen. Men is daar ca. 30 jaar geleden begonnen met de bouw van 10 goede systemen waar ze nu nog op doorontwikkelen. Deze ICT-ondersteuning is zonder meer goed belegd bij een overkoepelende, slimme en vooral ondersteunende organisatie.

Samenwerking en overheid

Over de samenhang binnen de Deense gezondheidszorg is het volgende te zeggen. Denemarken is verdeeld in 5 regio’s en het geld wordt per regio verdeeld. Er zijn geen extra gelden voor achterstandsgroepen of groepen met een hoog risico-profiel. Dat betekent dat in sommige regio’s er (te)weinig huisartsen zijn. Verder kent Denemarken huisartsen, ziekenhuizen en de municipal services. Deze municipal services lijken nog het meest op een kruising van de thuiszorg en de GGD en zijn erg gericht op leefstijl, revalidatie en preventie voor wat betreft bijv. jeugdzorg, chronische ziekten en ouderen. Als er onverhoopt iemand in het ziekenhuis moet worden opgenomen wegens verslechtering van de eigen gezondheid (dus geen trauma) terwijl deze bij de municipality in service is dan moet de municipal service een boete van circa 7.000 euro aan het ziekenhuis betalen als malus. Verder is er een gebrek aan vertrouwen ten aanzien van de regionale en landelijke overheid en heeft een conflict over privacy en vertrouwelijkheid van gegevens dit vertrouwen van huisartsen en ziekenhuizen in de overheid geen goed gedaan.

Kortom, het waren enkele enorm leerzame en bijzondere dagen. Mijn conclusie is dat in Nederland wellicht niet alles goed gaat, maar dat de regionaal ingerichte eerstelijns zorgorganisaties hier een veel grotere opmars kennen en dat samenwerking binnen onze ‘primary care’ en die met de ‘secundary care’ mag rekenen op een warme belangstelling en volop in ontwikkeling is. Overall genomen sturen wij hier uitstekend op (beleefde) kwaliteit, kosten en steeds meer op populatie als geheel. 

Meer weten?

Neem contact op met Willeke Brinkman, programmamanager

Willeke Brinkman

072 - 5414600

 

Deel via e-mail Print de pagina
terug naar het overzicht

Gerelateerd nieuws


Reageer op dit nieuwsbericht






Reacties (0)

Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u op de hoogte blijven van het ZONH-nieuws in uw regio? Schrijf u gratis in voor onze digitale nieuwsbrief.

Inschrijven