Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u op de hoogte blijven van het ZONH-nieuws in uw regio? Schrijf u gratis in voor onze digitale nieuwsbrief.

Inschrijven

Interview Jan de Wit; Een warm hart voor warme zorg

Soort nieuws: ZONH nieuws
Datum: 22-11-2016

Woensdagochtend in een rustige wijk in Haarlem. Jan de Wit, projectmanager van ZONH, opent de deur van zijn woning die hij vorig jaar heeft gekocht en zodanig verbouwd dat hij hier nog jaren kan blijven wonen. Jan gaat met vervroegd pensioen en de regio moet het zonder de Haarlemmer olie van Jan doen.

Jan kijkt terug op zijn werk als fysiotherapeut, docent, kwartiermaker en adviseur. Hij geeft zijn mening over de zorg en vertelt wat er volgens hem nog moet gebeuren.

Je bent altijd op pad, altijd buiten, is dat ook de rode draad in jouw carrière?

“Zeker, zoals nu ook voor ZONH, heb ik altijd van de vrijheid van ondernemerschap en eigen invulling genoten. Ik combineerde in de jaren 80 mijn fysiotherapiepraktijk met lesgeven aan de Academie voor Fysiotherapie. Later nam ik deel aan landelijke organen voor het onderwijs en werd de jongste examinator van Nederland. Ze noemden mij daarom toen al ‘de externe medewerker van de praktijk’. Die combinatie van onderwijs en praktijk vond ik ideaal; praktijkervaring versterkt het lesgeven en lesgeven houdt je scherp in de praktijk. Ook later in de jaren negentig heb ik, nadat ik mijn praktijk moest verkopen, het land doorgereisd als kwaliteitscoördinator van het KNGF.”

Elf jaar geleden werden de ROS’en opgericht om de eerste lijn te ondersteunen bij het realiseren van meer samenwerking en samenhang. Jij zocht een nieuwe uitdaging.

“Ik kon beginnen als adviseur voor Lijn1 Haaglanden, de ROS in Den Haag op voorwaarde dat ik kon samenwerken met de aan te stellen directeur. Dat kwam helemaal goed, ik werkte samen met Marc Bruynzeels, nu directeur van het Jan van Es Instituut.”

Dus weer een baan met vrijheid en ondernemerschap, en nu ben je de 'externe' medewerker bij ZONH?

“Ik vond dat ik meer toegevoegde waarde kon leveren aan de eerste lijn in mijn eigen omgeving. Die ken ik het beste. Zo ben ik na drie jaar Lijn1 in contact gekomen met ZONHN, de ROS in Noord-Holland Noord. Directeur Jeroen van der Noordaa vond in mij de kwartiermaker voor Zaanstreek/Waterland, Midden- en Zuid-Kennemerland. ZONHN werd daarmee ZONH, met een werkgebied van heel Noord-Holland (met uitzondering van Amsterdam en ’t Gooi). Ik heb altijd van de vrijheid en het vertrouwen genoten bij ZONH. Ik mocht ondernemer zijn en kwam één keer in de zes weken langs bij Jeroen om te vertellen wat ik aan het doen was en wat ik bereikt had.”

Maar je had nu wel een ‘kantoorbaan’ een baan vanuit een organisatie, met urenverantwoording, plannen schrijven en overleg. Dat is wat anders dan de praktijk met patiënten.

“Inderdaad, dat is niet iets wat ik vanuit mijn passie voor sport en bewegen had bedacht. Mijn vader zou verbaasd geweest zijn dat ik met praten mijn geld kan verdienen. Ik bleef echter op pad gaan en pionieren, met het kantoor als basis. De ervaring die ik heb opgedaan in het veld, was een extra dimensie die grote voordelen opleverde voor mijn advieswerk.”

Hoe deed je dat nou, dat pionieren?

“Op zijn Jan’s…praten, praten, praten. Ik ging in gesprek, bellen, de omgeving in kaart brengen, grotere praktijken en huisartsenverenigingen bezoeken en organiseerde een creatieve startconferentie. Binnen een half jaar had ik er twee collega’s bij voor Zaanstreek/Waterland en Midden-Kennemerland. Toen kon ik mij nog meer op Zuid-Kennemerland richten. Wat ik tot vandaag heb gedaan.”

De zorg vraagt om meer organisatie, daarin heb je aanspreekpunten nodig. De eerste lijn moest zich daarom verenigen. Wat is jouw bijdrage daaraan geweest?

"Ik ging altijd op zoek naar de aangrijpingspunten in de regio en wist iedereen ervan te overtuigen dat met de veranderingen in de zorg verenigen noodzakelijk is. Ik ben gestart met monodisciplinaire samenwerking, zorgen dat de disciplines eerst thuis alles op orde hebben. Vervolgens werken we vanuit deze verenigde disciplines aan multidisciplinaire samenwerking.”

De monodisciplinaire samenwerking is in de ene regio beter gelukt dan in de andere.

“In Zuid-Kennemerland zijn alle beroepsgroepen min of meer verenigd. Ik ben er trots op dat ik hieraan een substantiële bijdrage heb kunnen leveren. Zuid-Kennemerland is een voorbeeldregio voor elders in het land.”

Waar zie je nog knelpunten in de multidisciplinaire samenwerking?

“Nu komt het erop aan dat de verschillende disciplines gezamenlijk de voortgang boeken. Onderling weten ze elkaar op onderwerpen te vinden. Bijvoorbeeld in de aanpak bij niet aangeboren hersenletsel, of chronische aandoeningen. Tegelijk blijkt ook vaak dat de regionale verenigingen toch nog niet groot genoeg zijn om het gesprek aan te gaan met de financiers, of is een gezondheidscentrum toch meer uitgepakt als een bedrijfsverzamelgebouw.”

Had je hier nog een bijdrage aan willen leveren?

“Ik had nog wel een slag willen maken in het verder professionaliseren en faciliteren van multidisciplinaire samenwerking. Daar valt nog de meeste winst te behalen. Het probleem is echter dat er ook een beperking zit in de capaciteit. Wil je bijvoorbeeld echt substitutie, dan vergt dat intensievere zorg dus ook goede afspraken maken met ziekenhuis, gemeenten, welzijn en VVT-instellingen. Ook vanuit onderwijs wordt nog gezocht naar waar verbinding gevonden kan worden. Belangrijke voorwaarde in mijn ogen daarbij is het erkennen van de professionalisering van de beroepsgroepen door de zorgverzekeraar. Voor Zuid-Kennemerland is dit Zilveren Kruis. Deze kijkt bij organisatie en infrastructuur (O en I) van de zorg nog veelal vanuit de huisartsenfinanciering, waar de zogenaamde Geïntegreerde Eerstelijns Zorg (GEZ-)-gelden oorspronkelijk voor bedoeld zijn. Wil je echt multidisciplinaire samenwerking en versterking, dan moet je dat ook multidisciplinair financieren. Dat mag niet afhankelijk zijn van één discipline.”

Dus het draait nog voornamelijk om de huisartsen. En wat vinden de andere disciplines daarvan?

“Die vinden vaak dat ze te kort gedaan worden. Er wordt bezuinigd op paramedie, terwijl de druk en administratieve last steeds groter wordt. Bezuinigen kan in mijn ogen niet verder binnen paramedici want…‘if you pay peanuts, you get monkeys’. Ik heb misschien een gekleurd beeld, maar de fysiotherapie, waar mijn hart ligt, is een van de meest gewaardeerde beroepsgroepen in de eerste lijn. Zij krijgen echter lang niet altijd de erkenning voor de toegevoegde waarde die zij leveren aan de zorg. Maar laten dat ook niet altijd goed zien.”

In Noorwegen hebben fysiotherapeuten laten zien dat een beweegprogramma net zoveel effect heeft als een (dure) operatie. Dat zou een enorme besparing kunnen opleveren. Is dat wat je bedoelt met toegevoegde waarde laten zien?

“Ja. Het is goed om te zien dat de beroepsvereniging RGF daar nu mee aan de slag gaat in de lobby richting VWS. De paramedici zouden meer met bijvoorbeeld business cases moeten laten zien wat een behandeling buiten gezondheidswinst oplevert aan kwaliteit en besparing in kosten.”

Zijn er, naast het verenigen van de zorgverleners, nog meer mooie resultaten die je genoemd wil hebben?

“Ik ben trots op de bijdrage die ik heb kunnen leveren aan het ontwikkelen van het Regionaal overleg Basiszorg Specialistische zorg (het RBS). Uitgangspunt is om de vragen die vanuit zorg op ons afkomen in samenhang op te lossen. Bestuurders van huisartsen, fysiotherapeuten, VVT, gehandicapten, VBZ, ggz, ziekenhuis en sinds kort ook de wethouder zitten daar bij elkaar om, over belangen van eigen organisatie heen, te kijken hoe we de zorg voor de kwetsbare mensen in de regio kunnen organiseren. Het heeft wel even geduurd om iedereen dezelfde kant op te krijgen, en er is nog af en toe gedoe. Er staat nu een zichtbaar orgaan, met korte lijnen en daardoor komt er versnelling in het vinden van oplossingen.”

Mooi! En verder?

"Ja er is natuurlijk meer, denk bijvoorbeeld aan Rondom Geboortezorg. Een project waarin structurele samenwerking tussen verloskundigen en gynaecologen is gerealiseerd. Of de samenwerking tussen sociaal en zorgdomein die steeds beter wordt, zoals je ziet in projecten als Welzijn Op Recept (W.O.R.). Of, tenslotte, de creatieve bijeenkomsten die ik veelal samen met inspirator en meedenker Eelco Koolhaas (Ministerie van Verhalen, red.) heb georganiseerd. Drie startbijeenkomsten, vier Kompasbijeenkomsten en talrijke kleinere bijeenkomsten.”

Eelco Koolhaas over Jan:
"Jan de Wit is een ‘opdrachtgever' waarvan je het hele pakket krijgt. Onderwerpen die in de regel ver voorliggen op het 'mainstreamdebat'; ruimte en vertrouwen om iets nieuws uit te proberen en intakegesprekken als alibi om koffie te drinken in Haarlem om te praten over het leven. Naast expertise is zijn grote kracht: de 'soft skills' waarmee je als verbinder in de eerste lijn uiteindelijk de harten wint (en het verschil maakt). Zeer onlangs werkten we nog samen. Stoppen op je hoogtepunt is niet iedereen gegeven; Jan de Wit wel."

Jouw contacten in de regio én al je collega’s bij ZONH gaan jou het meeste missen als de netwerker die iedereen kent, de coach, die veel weet van ontwikkelingen en mensen verbindt, de Haarlemmer olie.

"Ik heb heel fijn voor ZONH gewerkt en ben altijd met veel plezier naar mij werk gegaan. ZONH is een warm nest met zorg voor elkaar, plezier en hard werken. We hebben met elkaar veel goede dingen bereikt. Ik heb de (luxe) keuze kunnen maken om wat eerder te stoppen. Het wordt fysiek zwaar. Daarom wil ik in alle dingen die ik nog wil doen in mijn leven niet belemmerd worden door het werk. Het ligt niet aan het werk zelf, maar dit is een persoonlijke keuze. Ik ga de prettige warme contacten in de regio missen en het warme nest van ZONH maar ook wel stiekem het gedoe, de reuring, de randzaken, het trekken, duwen en sleuren.”

Je bent jong van geest Jan, in hoeverre ben je straks echt uit beeld?

“Dat zal de toekomst leren, ik organiseer nog graag bijeenkomsten, vind het fantastisch om professionals te coachen. Na een afkoelperiode van een paar maandjes, mogen jullie me gerust eens bellen.”

Heb je nog een laatste Jan-uitspraak?

“Blijf de zorg met je hart geven! Want dat zorgt voor de warme zorg waar iedereen blij van wordt!”

Jan maakt zich klaar voor een wandeling met zijn jonge speelse hondje. We hebben wel weer genoeg gezeten. Let op mijn woorden…die zien we nog wel terug!

Door: Margo Adrichem (ZONH)

Deel via e-mail Print de pagina
terug naar het overzicht

Gerelateerd nieuws


Reageer op dit nieuwsbericht






Reacties (2)

  1. Martine Meilink
    nov 24, 2016 at 05:25
     

    Wat jammer dat Jan weg gaat bij ZONH. Maar al die vrije tijd is hem van harte gegund natuurlijk. Bedankt Jan, voor het altijd weer benadrukken dat logopedie (naast ook alle andere paramedie) zo belangrijk is. Die waardering hadden we soms even hard nodig als het bij de zorgverzekeraars weer even ver te zoeken was!


  2. Willem Bakx
    nov 24, 2016 at 05:29
     

    Beste Jan, de tijd gaat snel en ik keek op van het bericht dat je gebruik gaat maken van je pensioenmogelijkheden. Voor mij was en ben je een voorbeeld van een goede en inventieve collega met een brede visie op de zorg! Fijne tijd en ik denk dat we elkaar nog wel tegen komen in een ander verband.
    Veel geluk en gezondheid toegewenst!
    Willem Bakx


Nieuwsbrief ontvangen?

Wilt u op de hoogte blijven van het ZONH-nieuws in uw regio? Schrijf u gratis in voor onze digitale nieuwsbrief.

Inschrijven